Fokken

Geslachtsrijp:
Fokgeschikt dame:

Pensioenleeftijd dame:
Fokgeschikt man:

Pensioenleeftijd man:
Fokpauze:
Dracht:
Geboortegewicht:
Ogen open:
Scheiden op geslacht:
Verhuizen:
Verhuisgewicht:

6 weken
6 maanden
2,5 jaar/4 nesten
6 maanden
Bij dood of ziekte
6 maanden
34 tot 46 dagen
~10 gram
14-18 dagen
5,5 weken
8 weken
180 gram

Als je voor het eerst een nest hebt, vraag dan een ervaren fokker om je te begeleiden en te adviseren. Dit hoofdstuk is slechts een richtlijn van mogelijkheden en problemen die voor kunnen komen.

Stambomen

Zorg allereerst dat de dieren waarmee je wilt fokken, een stamboom hebben. Zeker in Nederland is dat belangrijk omdat er slechts een handvol goede fokkers zijn en ze graag dieren kopen die beschikken over een stamboom. Dit klinkt erg alsof er “elite” gespeeld wordt, maar dat is niet het geval. Op een stamboom staan de naam van de egel, de kleur, geboortedatum, ouders, en nog veel meer gegevens. Dat papiertje is natuurlijk niet gelijk een bewijs dat een dier 100% gezond is en biedt geen garanties, maar de gegevens op de stamboom geven een fokker de mogelijkheid om de verschillende fokkers van de achterliggende dieren te vragen naar de gezondheid van die bloedlijn. Zo kun je als fokker beter inschatten of er problemen kunnen voorkomen en of een dier daadwerkelijk een geschikte aanwinst zou zijn om mee verder te fokken. In zekere zin, geeft het dus wel meer inzicht, ook al is er altijd een risico. Door deze stambomen aan te houden en mee te geven aan fokkers, geef je ze dus gelijk een hoop extra informatie mee over de achtergrond van de dieren. Meer dan wanneer je geen achtergrond bijhoudt of enkel de ouders kent. Daarom is een stamboom belangrijk en wordt in deze groep het fokken zonder stamboom niet gepromoot.

Dekking

Om voort te planten moet er natuurlijk eerst een dekking plaatsvinden. Allereerst is het heel belangrijk om alle risico’s te overdenken en goed te bedenken wat je precies verwacht van een nestje en wat voor toekomst de kleintjes tegemoet gaan. Verder moet je de juiste ouders koppelen en weten wat je te wachten staat tijdens het opgroeien. Lees daarom dit hoofdstuk goed door.De juiste ouders
Of het nest nu eenmalig is of om verder mee te fokken, de juiste ouders vinden is heel belangrijk. De ouders van het nest moeten onverwant zijn aan elkaar. Dat betekend dat je de achtergrond van beide ouders moet kennen en weten dat ze geen voorouders met elkaar delen.

Daarnaast moeten ze beide goed op leeftijd en op gewicht zijn. Een man moet minimaal 4 maanden, liefst ouder zijn en minimaal 300 gram wegen om een dekking aan te kunnen. In veel landen wordt minimaal 6 maanden aangehouden. Een vrouw moet minimaal 6 maanden oud zijn en 350 gram wegen, maar mag niet boven de 12 maanden oud zijn voor haar eerste nestje. Na 12 maanden gaan de bekken samengroeien en dit kan voor zowel moeder als kleintjes de dood betekenen.

En je moet natuurlijk weten of er problemen in de lijn voorkomen. Als een opa, oma, neef of andere aanverwant problemen heeft, kunnen deze erfelijk zijn en problemen geven in jou nestje. Denk hier dus goed over na en vraag altijd door bij de fokker waar je de ouderdieren koopt.

Paringsritueel

Bij een dekking zet je de vrouw bij de man in het verblijf. Op deze manier is de vrouw vooral bezig met het nieuwe terrein en maakt de man meer kans. Het mannetje is op bekend terrein en zal zich dan ook vooral bezighouden met de vrouw op ‘zijn terrein’. Soms kun je de dekking op neutraal terrein doen, bijvoorbeeld als de man erg dominant is of van geen ophouden weet tijdens het dekken en het vrouwtje blijft opjagen na verschillende geslaagde dekkingen.
Wanneer de man doorheeft dat de vrouw gedekt kan worden, zal hij haar achterna blijven zitten en proberen te lokken met een lokroep. Deze lokroep klinkt als een harde piep en dit ritueel kans soms uren duren. De vrouw zal weg lijven lopen tot ze er flauw van is en uiteindelijk toegeeft. Ze gaat dan plat op de buik liggen en zich overgeven zodat ze man kan dekken. Hierbij grijpt hij zich vast in de stekels en klemt zich met de voorpoten vast aan de heupen van de vrouw.

Als de vrouw wegloopt zal de man er alles aan doen om de positie te behouden. Hij kan zich hier flink bij verwonden. Daarom is het verstandig om tijdens de koppeling een oogje in het zeil te houden. De koppeling kan bij sommige mannen in één avond klaar zijn, maar het kan ook zijn dat de dieren wat langer de tijd nodig hebben. De algemene regel is dan om ze maximaal twee weken samen te houden voor de vrouw apart kan worden gezet.

Dracht

Ongeveer 10 dagen na de dracht kun je zien dat de vrouw in gewicht aankomt. Soms gaat het met 10 gram per dag, andere vrouwen komen maar 2 gram per dag aan of merk je nauwelijks dat ze aankomen. Weeg de vrouw in elk geval elke dag, vanaf de eerste dag dat ze gekoppeld wordt met de man.

De zwangerschap, die ook de dracht wordt genoemd, duurt 34 tot 46 dagen. Vrouwen met eerste nestjes kunnen soms eerder bevallen, maar nooit eerder dan 30 dagen. Vanaf de eerste dag van de koppeling geteld is de vrouw uitgerekend vanaf dag 34. Zo kun je altijd rond de bevalling plannen en weet je ook wanneer ze zou moeten bevallen en of ze te vroeg of over tijd is. Of weet je dat ze niet goed gedekt is en een nieuwe koppeling kan worden gedaan. Doe een koppeling echter pas een week na dag 46, zodat je echt 100% zeker weet dat de vrouw niet alsnog bevalt tijdens een nieuwe koppeling. Dit zorgt voor veel meer stress en de kans dat de vrouw de kleintjes doodbijt en de man verwond is dan erg groot.

Er is nog geen gemiddelde bekend hoeveel zwangere vrouwen aankomen binnen de soort, dus houdt haar goed in de gaten. Als ze tijdens de dracht veel gewicht verliest nadat ze eerst aankomt kan er iets mis zijn, houdt haar dus tijdens de hele dracht goed in de gaten en weeg haar bij voorkeur dagelijks om het bij te houden en tijdig in te kunnen grijpen.

Bevalling

De bevalling begint eigenlijk al twee dagen voor de geboorte van de kleintjes. Maar ondanks dat je de eerste tekenen dan al kunt zien, zul je toch nog even moeten wachten.

Slijmprop

Ongeveer 48 uur voor de bevalling zelf, verliest de moeder een slijmprop. Dit is het eerste teken dat de bevalling in gang gezet wordt. Vaak zie je deze slijmprop niet en soms eet de moeder deze ook op voor extra eiwitten. Je merkt het niet in gewicht, maar gelukkig hoef je hier verder zelf ook niks mee te doen. Een slijmprop is wat slijmerig en bloederig en goed herkenbaar als je het geluk hebt er één tegen te komen.

De moeder kan na het verliezen van de slijmprop ineens heel onrustig worden en haar nest willen verplaatsen. Laat haar vooral haar gang gaan en zorg voor voldoende nestmateriaal.

De bevalling

Pas een paar uur voor de bevalling zelf, breken de vliezen en begint de bevalling dus echt. Meestal kun je in de bodembedekking een vochtvlek zien met wat bloed. Soms heb je het niet door en weeg je haar precies na het breken van de vliezen, dan merk je vaak dat ze 10 tot 30 gram lichter is dan de dag er voor. Een bevalling kan heel snel gaan, maar kan gerust tot 12 uur lang duren.

Na het breken van de vliezen, krijgt de moeder weeën en zal ze zichtbaar bezig zijn met het schoonmaken van haar vulva. Soms komt er vooraf bloed vrij bij de weeën. Dit kan geen kwaad, maar houdt in de gaten dat het niet teveel is en dat het er helderrood uit ziet. Tijdens de bevalling blijven kijken en spieken kan geen kwaad, maar pak haar niet op en zeker eventuele kleintjes die geboren zijn is verstand om vanaf te blijven.

Sweet Spiky Hedgehogs heeft een echo laten maken bij een zwangere egel, waarbij vier kleintjes te tellen zijn. In de nabije toekomst zal zij in samenwerking met haar dierenarts een zwangere egel blijven volgen tijdens de hele zwangerschap vanaf de 8e dag na de dekking. Bij de echo is goed te zien dat de kleintjes in een eigen vruchtzak zitten en niet in één gezamenlijke vruchtzak. Hierdoor kan het bij de bevalling zo zijn dat er tussen de bevallingen van de kleintjes een lange tijd zit. Soms kan de hele bevalling wel 2 dagen duren! Het is bij problemen tijdens de bevalling dus ook erg van belang om te controleren of er nog lege vruchtzakken in de baarmoeder zitten of een vruchtzak met een dood jong. Als deze niet zelf worden uitgeperst, kunnen ze gaan ontsteken en dit kan voor de moeder levensgevaarlijk zijn!

Het kan zijn dat geboren kleintjes de eerste uren door het hok liggen. Moeder blijft niet tijdens de bevalling stil liggen, maar zal door het verblijf heen lopen. Het kan geen kwaad dat ze een tijdje buiten het nest liggen, zolang moeder ze na een paar uren maar versleept en bij de kleintjes gaat liggen. Eventueel als een kleintje te lang buiten het nest ligt, kun je proberen met een lepeltje door de bodem te gaan om de geur van het verblijf er op te krijgen en het kleintje daarmee oppakken en in het nest leggen. Als de moeder het jong buiten het nest blijft leggen, zal het niet gezond zijn en is het beter om het jong te laten liggen: moeders hebben een diep instinct en ongezonde jongen worden buitengesloten om gezonde jongen meer ruimte te bieden. Soms wordt een jong dan ook doodgebeten en soms zelfs volledig opgegeten.

Eerste dag

De eerste dag is erg stressvol en pijnlijk voor moeder, maar ook zeker voor moeders met een eerste nest is het nog erg uitvogelen hoe dat nou moet, zo’n nest opvoeden. Hoewel je gerust een oogje in het zeil kunt houden voor eventuele problemen, is het beter om ze verder met rust te laten. Als je vooraf ziet dat de moeder gaat bevallen, kun je voor die tijd gerust nog even voeren zodat het na de bevalling niet meer hoeft.

Even snel het nest in kijken om te zien of alle kleintjes gezond zijn en moeder bij ze ligt is geen probleem, maar raak de kleintjes niet aan en doe het snel. Als moeder er niet van gediend is, laat ze dan met rust om te voorkomen dat ze de kleintjes uit stress doodbijt.

De kleintjes worden kaal, blind en doof geboren. Na een paar uur komen de eerste stekeltjes door de huid prikken, ze worden dus met stekels onder de huid geboren om de baarmoedermond van de moeder niet te beschadigen. Bij de geboorte zit elk kleintje in een aparte vruchtzak, die bij de bevalling door de moeder wordt opengescheurd en opgegeten. Het kleintje wordt dan ook schoongemaakt door de moeder zodat het kan ademhalen.

Scheiden op geslacht

Als de kleintjes 5 tot 6 weken oud zijn, worden ze vruchtbaar en moeten ze worden gescheiden op geslacht. Het liefst haal je moeder op deze leeftijd ook bij de kleintjes vandaan, want ze zal ze aardig zat zijn na zo veel weken. Eigenlijk heb je dus minimaal drie verblijven nodig op dit punt, of eigenlijk vier: één voor de vader van het nest, één voor de moeder, één voor de mannelijke jongen en één voor de vrouwelijke jongen. Hieronder kun je het verschil zien tussen een mannetje en een vrouwtje. Het is vrij makkelijk te zien, maar voor het gemak hebben we foto’s gebruikt van jongen van ongeveer 2 a 3 weken, zodat je de vacht nog niet ziet. Een mannetje heeft de geslachtsdelen ver uit elkaar. De anus zit bijna tegen de stekels aan en de penis zit bijna halverwege de buik.

Verhuizen

Als een jong acht weken oud is of wanneer ze voor die tijd al 180 gram wegen, mogen de jonge egels verhuizen. Dan hebben ze een goed afweersysteem ontwikkeld en kunnen ze wat meer hebben. Op de leeftijd van 8 weken, moeten ze minimaal 140 gram wegen om te mogen verhuizen. Dit is omdat ze anders een zwak afweersysteem hebben en veel problemen kunnen krijgen. Als ze nog geen 140 gram wegen op de leeftijd van 8 weken, kun je beter wachten tot ze in gewicht wat meer aan komen. Zorg dus dat je gedurende het opgroeien het gewicht dus goed in de gaten houdt.

Eigenaren zoeken

Al op een redelijk jonge leeftijd, kun je op zoek naar nieuwe eigenaren voor de kleintjes. Vanaf twee weken kun je de jongen al oppakken en kun je al redelijk zien welke kleur ze krijgen en welk jong je zelf zou willen houden. Vanaf die leeftijd kun je dus al jongen laten reserveren.

Zorg wel dat je goed weet naar wie welk jong verhuisd, in wat voor verblijf ze terecht komen en of de nieuwe eigenaar wel goed ingelezen is over deze dieren.

Wat verhuisd er mee?

Als fokker (ook wanneer je slechts één nestje hebt) ben je volgens de Wet Dieren verplicht om schriftelijke informatie mee te geven bij de verkoop van een dier. Dit geldt dus ook voor Witbuikegels. Zorg dus dat je vooraf een caresheet hebt geschreven en uitgeprint, die je mee kunt geven aan elke nieuwe eigenaar.
Als je informatie over de ouders en eventueel de grootouders hebt, dan kun je een stamboom maken en meegeven. Dit is voor nieuwe eigenaren leuk om te hebben en voor jezelf als fokker makkelijk om bij problemen, te kijken waar ze vandaan kunnen komen als je elk kleintje een stamboomnaam geeft. Voor fokkers onderling zijn stambomen essentieel om te kijken of nieuwe egels verwant zijn aan de eigen dieren.

Een zakje voer voor de eerste dagen is goed om mee te geven, zodat de egel rustig overgewend kan worden aan het nieuwe voer bij de nieuwe eigenaar. Vertel de nieuwe eigenaar ook welk voer je zelf voert, mocht hij of zij hetzelfde voer nog even door willen voeren.

Een speeltje of kleedje met nestgeur, is ideaal om de egel aan zijn nieuwe omgeving te laten wennen.

Het verhuismoment

Als een egeltje wordt opgehaald is het fijn om de ouders van de dieren te kunnen laten zien en wat over ze te vertellen. Zo weet de nieuwe eigenaar een beetje welke ouders er bij hun kleintje hoort en wat voor karakter ze kunnen verwachten van het egeltje.

Ook is het goed om de nieuwe eigenaar de mogelijkheid te geven om vragen te stellen.

Zorg dat je het speeltje of kleedje bij het ophalen, gelijk al in de vervoersbox legt. Zo heeft het egeltje onderweg ook al iets vertrouwds bij zich.